|
Op dezelfde plaats, maar dan tegen de oostgevel van het transept, is eveneens een mansgroot beeld op een kraagsteen (M8) geplaatst. Het stelt een baardeloze jonge man voor, een tekstrol omhoog houdend. Mogelijk is een profeet of een evangelist uitgebeeld. Het beeld is een product van de eerste restauratie, want er was voorafgaand aan deze restauratie geen beeld aanwezig. Onder het beeld M8 bevindt zich een grote kraagsteen die twee vechtende leeuwen voorstelt. De beeltenis is sterk verwant aan de kraagsteen onder M7, die precies aan de andere zijde aan de westkant van het transept is aangebracht. Op de zeventiende-eeuwse tekening van Van Beerstraten (circa 1667) is duidelijk te zien dat er op deze plek | 272 |
|
nog een kraagsteen aanwezig is. Ook op een tekening van Jelgershuis (1827) is de kraagsteen nog weergegeven. Dit doet vermoeden dat de huidige kraagsteen is gebaseerd op oude resten, maar deze zijn niet bewaard gebleven. Er is wel een tekening van Lambert Hezenmans van de kraagsteen, vervaardigd tussen 1886 en 1900.66 Onduidelijk is of de tekening een weergave is van de oude kraagsteen, of een ontwerp voor de nieuwe.67 De vormgeving van beide kraagstenen is waar het details betreft als de poten, manen, staarten en geklauwde tenen, sterk verwant aan de stijl van de monsters en honden in het zuidportaal en in het interieur van het zuidtransept. Mogelijk hebben we te maken met dezelfde beeldhouwer of atelier, maar zonder de authentieke sculptuur is dit niet te staven. | 273 |
| Noten | |
| 66. | MRK Uden, inv.nr. 2770C. Rackham 2003, 50-57, afb. 30. |
| 67. | Een kleimodel van de kraagsteen op halve grootte wordt in de bouwloods bewaard. Bouwloods, i-165. Koldeweij 1989, 40-41. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 272-273
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 272-273
Ronald Glaudemans, Het zuidtransept : Bouwhistorisch onderzoek 2007-2010 (2010) 38, 39
A.M. Koldeweij e.a., De Bouwloods (1989) 40, 41
Don Rackham, Een kathedraal op papier (2003) 47, 51-53